2010
09.12

*English translation to follow

Naar aanleiding van het verschijnen van ‘De Afghanistan Missie’ (de Nederlandse vertaling van ‘War Torn’) had Grey Man’s Land een uitgebreid interview met Andy McNab.

GML: Andy, hoe is het idee voor dit boek ontstaan en waarom de samenwerking met Kym Jordan?

Andy: Kym en ik hebben dezelfde agent. Ze is bekend met het militaire jargon en voor de BBC Pashto Service werkte ze aan een soort radio soap over Afghanistan. Ze kent Afghanistan goed, ze heeft er ook gewoond. Oorspronkelijk was ‘De Afghanistan Missie’ een stuk dat ik als een TV drama heb geschreven, genaamd ‘Warrior Nation’. Het had toen nog niets over het thuisfront, het ging alleen over Afghanistan. Warrior Nation is gecancelled maar ik wilde toch wat met het format doen en hieruit is ‘De Afghanistan Missie’ ontstaan, nadat er een nieuw element aan is toegevoegd, namelijk het thuisfront. Kym heeft zich toen gericht op het praten met de families. Ik ken zelf natuurlijk ook genoeg verhalen, het boek is ook gebaseerd op echte verhalen, maar Kym was er veel beter in om met de families te praten en zo hebben we alles bij elkaar gebracht. We zijn ook samen naar Afghanistan geweest om de soldaten daar te ontmoeten. We zijn in totaal zo’n 9 maanden met het boek bezig geweest. In principe was het Afghanistan gedeelte al kant-en-klaar, we hebben daar het familie gebeuren aan toegevoegd. Ik had er eigenlijk nooit zo over nagedacht, het familiegebeuren gaat vaak verloren. Tot we met dit boek aan de slag gingen en het is goed om dit ook onder de aandacht te brengen.

GML: Ik heb gelezen dat ‘De Afghanistan Missie’ waarschijnlijk ook verfilmd wordt?

Andy: Ja, dat is wel een optie. Er zijn natuurlijk wel veel documentaires over Irak en Afghanistan, maar niet echt een commerciële film. ‘The Hurt locker’ komt in de richting maar die film gaat meer over de persoon zelf, hij had ook een brandweerman kunnen zijn. Maar we zien wel wat er gebeurt, we gaan nu gewoon eerst aan de slag met het tweede deel.

GML: Er komt dus een tweede deel? Wordt dit een soort vervolg?

Andy: Ja, dat is gepland voor volgend jaar en met dezelfde personen, maar er worden ook nieuwe personen geïntroduceerd.

GML: Daar kijken we naar uit! Maar het moet nog helemaal geschreven worden?

Andy: Ja [lacht] da’s een klein detail

GML: Was het schrijven met Kym vergelijkbaar met je samenwerking met Robert Rigby (Boy Soldier serie)

Andy: Door de ervaring met Robert wist ik in elk geval hoe het was om met iemand samen te werken, Kym had daar zelf ook al ervaring mee door haar eigen werk. Met Robert hadden we echter geen model zoals nu met ‘De Afghanistan Missie’ waar een gedeelte al eerder geschreven was. We gingen meestal met onze laptops samen naar een café. Robert had al eerder kinderboeken en tv-series  geschreven, hij is heel visueel ingesteld. We maakten dan een verdeling van de hoofdstukken en dit is vergelijkbaar met hoe ik met Kym heb gewerkt. We waren ook kritisch maar elkaar, maar dat mocht ook. Dat moet zelfs, als iets niet goed is moet je dat kunnen zeggen anders werkt de samenwerking niet. Als je alleen maar aardig bent tegen elkaar ben je 5 jaar bezig met een boek. Maar we mochten dan ook alleen kritisch zijn naar elkaar toe. Iemand anders mocht zich er niet mee bemoeien. Zo werkte het met Kym ook.
Met Robert was er wel een duidelijkere verdeling van werk. Meestal deed ik de actie scènes en Robert de dialoog.

GML: Heb je zelf nog steeds problemen met het schrijven van dialogen?

Andy: Jaaa ja ja [lacht] Dus dat mocht Robert doen. Maar de verdeling bij ‘De Afghanistan Missie’ was anders. Ik schreef voor ‘Boy Soldier’ de actie scènes omdat Robert daar geen ervaring mee had. Kym heeft dat wel dus zij schreef daar ook aan mee, het is niet zo dat zij alleen het familie gebeuren heeft geschreven. Kym snapt het allemaal heel goed, ook de terminologie. Met Robert was de verdeling dus meer vast omlijnd. Kym kwam ook vaak met goede verhalen en dan bekeken we of dat in het verhaal paste.

GML: Jullie kregen ook toegang tot de Army Welfare Services? (Sociale Dienst van het leger)

Andy: Ja dat klopt. Toen ik met ‘Warrior Nation’ bezig was ben ik al met de MoD (Britse Ministerie van Defensie – red.) gaan praten, ik wilde hen er graag bij betrekken om zo veel mogelijk informatie te krijgen. Toen de tv-serie niet doorging maar het een boek werd zijn we opnieuw gaan praten en zij stelden voor om dan, behalve met de families ook met de Army Welfare Service te gaan praten. We hebben dus met veel mensen die daar werken en tevens met liefdadigheidsinstellingen gepraat, om ook over hun ervaringen te horen en over de problemen die zij tegenkomen. Dat hebben we allemaal gecombineerd in het boek, samen met mijn eigen ervaringen met de families die ik ken. Ook het gedeelte wat er gebeurt als de families slecht nieuws krijgen als hun familielid gesneuveld is, of gewond is geraakt. Kym was er erg goed in met de families te praten.

GML: En dat ben jij niet?

Andy: Néé!! [lacht] Ze vertellen mij niets. Kym is daar een stuk beter in!

GML: Hebben jullie nadat het boek is verschenen feedback gekregen van de  betrokken families?

Andy: Het boek is ontstaan door een verzameling van gegevens, het is fictie. De personen in het boek zijn een mix van alle personen die we kennen of hebben gesproken. De Poolse echtgenote Agnieszka bijvoorbeeld, er zijn natuurlijk heel veel Poolse echtgenotes.

GML: En die roepen dus nu allemaal ‘dat ben ik!’

Andy: Ja ja, die roepen ‘dat ben ik, dit is wat er aan de hand is’. De donkere sergeant-majoor (Iain Kila – red.) is gebaseerd op iemand die ik goed ken en die belde me om te vragen waar zijn royalty’s bleven [lacht]. Maar we hebben goede reacties gekregen.
Ook van de MoD en daar zijn we blij mee want we willen hun hulp ook voor het volgende boek. Zij hebben in principe ook alleen bezwaren als het een geval van Nationale Veiligheid betreft. Maar stiekem verwachten ze ook dat we niets schrijven dat het leger in een kwaad daglicht stelt. Dan zeg ik: ‘Maar zo is het nou eenmaal!’  En dan gaan ze van ‘jaaa maar…’ en dan zeg ik dat het niet opgepoetst kan worden, want dan slaat het boek nergens op. Gelukkig hebben ze daar, zolang de veiligheid niet in geding is, ook geen stem in.

GML: Maar ze proberen het wel.
 
Andy: Ja, maar daarna geven ze ook wel toe. Ze hebben alleen een geldig argument als het om tactieken gaat of wapens. Soms protesteren ze dan ook tegen vermelding van bijvoorbeeld een bepaald wapen. Wat ik dan probeer is erachter te komen of het al ergens voor het publiek vermeld staat want dan mag ik het ook gebruiken. Bizar genoeg ontdek ik dan wel eens dat het gewoon op de website van de MoD staat! Daar zijn ze zich dan niet eens van bewust! Maar soms is het ook duidelijk dat je iets niet moet vermelden, dan hoor je wat vertellen en weet diegene totaal niet waar hij over praat.

GML: Het is dus zaak om altijd scherp te blijven

Andy: Ja zeker!

GML: Je hebt het onderwerp PTSD (PTSS) zo ongeveer ‘geadopteerd’, is dit boek ook in dit licht geschreven?

Andy: Nee, nee. Het boek ‘Seven Troop’ (‘Onbreekbare Eenheid’) is met die achterliggende gedachte geschreven. Sinds afgelopen jaar ben ik veel bezig met het politieke gedeelte. Wat er aan de hand is op dit moment is dat we een groeiend aantal mensen zien die in meer of mindere mate lijden onder PTSS. Het gaat om zo’n 10-15% en meestal manifesteren de eerste problemen zich pas na 10 tot 13 jaar.  Vaak heeft men het leger dan al verlaten en ze zijn getrouwd, hebben kinderen, een hypotheek.  Als ze dan hulp zoeken – wat ze trouwens niet doen, want ‘mannen gaan niet naar de dokter’ – maar als ze uiteindelijk toch gaan zijn ze vaak al hun baan en huwelijk kwijt. De Staat draait dan meestal op voor de kosten van de kinderen, de hypotheek, een uitkering etc. Dus wat we moeten doen is het probleem al daarvóór zien aan te pakken. Het geld investeren in gespecialiseerde gezondheidszorg. In Groot-Brittannië deugt deze zorg totaal niet! Er is geen geld zeggen ze. Maar het is veel beter en goedkoper om het probleem tijdig aan te pakken. Je zorgt dan op de juiste manier voor de mensen en ze hebben geen uitkering e.d. nodig omdat ze hun baan niet verliezen. Liam Fox (Secretary of State for Defence in Groot-Brittannië – red.) snapt het helemaal, hij was een medisch officier in het Britse leger. We zijn nu bezig om regionale centra op te richten binnen de gezondheidszorg die gespecialiseerde hulp kunnen bieden. Veteranen kunnen hier naar toe om met mensen te praten die in het leger zitten of hebben gezeten en die snappen wat het probleem is.

GML: Maar veteranen moeten wel willen komen.

Andy: Ja, dat is de volgende fase. We moeten ervoor zorgen dat zelf  bewust worden van hun probleem en ze zover zien te krijgen dat ze hulp zoeken. Absoluut.

GML: Er zit nog steeds een stigma op.

Andy: Ja dat is zeker zo, heel erg. Een klein gedeelte soldaten dat, overigens heel goed, behandeld worden omdat ze het acuut nodig hebben, worden in het Britse leger ‘Jellyheads’ genoemd. Dat moeten we eruit zien te krijgen. Het is juist heel erg goed dat ze behandeld worden omdat we ze dan in het leger kunnen houden. In deze mensen is veel geïnvesteerd, die moet je proberen te houden. We moeten proberen mensen bewust te maken dat het juist goed is om hulp te zoeken. Het is ok!! Niemand hoeft te weten wie je bent, maar ga praten met de juiste mensen!

GML: Wat is de manier om dit te bereiken?

Andy: Dat is helemaal niet gemakkelijk!  Er wordt op militair niveau aan gewerkt:  er is een training voor het kader welke erop gericht is het probleem te signaleren en zij moeten de soldaten vervolgens duidelijk maken dat  PTSS  ‘gewoon’ een natuurlijke reactie op ongewone gebeurtenissen is en dat het behandeld kan worden.  Dit gaat eigenlijk best goed. Er ontstaat echter vaak een probleem als men het leger verlaat en afhankelijk wordt van een niet goed functionerende gezondheidszorg – en dus geen gespecialiseerde hulp krijgt. Als je te maken krijgt met artsen die het gewoon niet snappen. Een manier om veteranen toch te bewegen hulp te zoeken en die we op het moment  aan het onderzoeken zijn, is om het via hun vrouw, partner of familie te spelen. Zij zijn meestal degenen die hun partner of familielid overreden of zelfs pushen om hulp te zoeken.

GML: Zij zijn ook degenen die het meestal als eerste door hebben wat er speelt.

Andy: Precies! Zo zijn we bezig om te proberen het systeem te verbeteren. En het geld is er!  Niet veel, maar er is geld. Er van uitgaande dat het ongeveer 10-13 jaar duurt voor de problemen zich manifesteren zullen veel veteranen die in Bosnië en Irak in de eerste jaren zijn geweest, hulp nodig hebben. De Nederlandse regering kijkt er anders tegenaan. Zij zeggen dat ze ‘behandelen en dan een half jaar later nog eens controleren of alles goed is’. Maar de problemen ontstaan pas veel later. En er moet echt iets aan gedaan worden. De staat heeft een verantwoordelijkheid ten opzichte van deze mensen! En dat is ook het beste, anders moeten we ze jaren later toch geestelijk én financieel ondersteunen en dan is men er vaak veel slechter aan toe.

GML: Maar die verantwoordelijkheid wordt meestal op ‘een ander’ afgeschoven

Andy: Dat is precies wat er gebeurt! De grootste groep gedetineerden in het Verenigd Koninkrijk is ex-militair. Je hebt het dan over 70%! Een gedeelte daarvan lijdt zeer waarschijnlijk aan PTSS, dit zijn we nu aan het uitzoeken. Het kost een fortuin om deze mensen in de gevangenis te houden. Als we hen eerder hadden kunnen behandelen dan kost dat veel geld, maar uiteindelijk is het veel goedkoper! Buiten dat hebben we ook een morele verplichting om deze mensen te helpen.
Het is gelukkig wel aan het verbeteren, gelukkig hebben we nu Liam Fox in de regering, iemand die dit echt begrijpt.

GML: Er staan veel gevecht scènes in ‘De Afghanistan Missie’. Is de oorlog anders nu dan toen jijzelf nog in het leger zat?

Andy: Nee, interessant genoeg niet. Als je bijvoorbeeld naar het wapen systeem kijkt zijn er veel nieuwe wapens geïntroduceerd in de jaren, maar grijpt men nu toch weer terug naar wat we vroeger hadden. De voertuigen zijn natuurlijk wel verbeterd en de body armour is veranderd. Maar de tactieken en de manier van omgaan met het contact met vijanden is nog hetzelfde. De SOP’s (Standard Operational Procedures) zijn nagenoeg hetzelfde, omdat ze nog steeds goed werken!
De meeste legers werken ook op dezelfde manier. We neigen echter wel steeds meer naar het systeem van de VS dus sommige procedures zijn wel wat veranderd maar verder is het eigenlijk hetzelfde als toen. Er werken in Afghanistan nu ook Esten omdat Estland nu lid van de NAVO is en enkele senior officieren waren ook in Afghanistan toen de Russen er nog waren. Zij zeiden ‘er is weinig veranderd sinds die tijd. Zelfs de Taliban is nog precies hetzelfde’.

GML: Nick Stone, het karakter uit je fictie boeken is op jezelf gebaseerd, alleen de goede eigenschappen dan..

Andy: [lacht] Jaaa, alleen de goede kanten, absoluut!

GML .. zijn er in ‘De Afghanistan Missie’ ook karakters waar je je mee kan identificeren?

Andy: De donkere sergeant-majoor [Iain Kila – red.] is enigszins vergelijkbaar met mijzelf. Degene op wie dit fictief persoon gebaseerd is ken ik erg goed. In werkelijkheid is hij een Fijiaan, met een vreemd Birminghams accent. Heel gek! Ik ken hem en zijn familie erg goed.
Een paar jaar geleden heb ik een knul, Jones, van de ‘Rifle Company’ ontmoet die ik bewust uit het boek gehouden heb omdat ik iemand zoals hij wilde verwerken in ‘Last Night Another Soldier’. Hij was net 18 geworden en dus ook pas net gearriveerd en ik vond hem geweldig. Hij was zo vrolijk en had het zo naar zijn zin! Hij verdiende nu 2.000 pond en dat voor een 18 jarige. Hij pakte ook alle extra klussen aan om meer te verdienen want hij was aan het sparen voor een Ford Focus. De verzekering koste hem meer dan de auto maar hij heeft hem wel gekocht. Toen ik wegging wilde ik een foto van hem maken en hij had toen een SA80 (standaard geweer – red.) in zijn hand en hij zei ‘nee, nee!’ en hij rende weg en kwam terug met een General Purpose Machine Gun (machine geweer – red. ) voor op de foto. Ik vond hem erg grappig!

GML: Wordt ‘De Afghanistan Missie’ in nog meer landen uitgebracht?

Andy: Ik heb geen idee! Het klinkt bizar maar de helft van de tijd heb ik geen idee wat er achteraf met een boek gebeurt. Ik ga gewoon door. Ik wist eerlijk gezegd niet eens dat ik van uitgeverij veranderd was in Nederland (voorheen House of Books,  nu AW Bruna – red. )

GML: Nee? Dat wist ik zelfs

Andy: [lacht] ik had geen idee tot ik ermee geconfronteerd werd.

GML: Ach, ik weet wel vaker meer dan jijzelf

Andy: [lacht] Ja ja! Nou ik heb vaak geen idee, ik werk gewoon door en ik zie wel wat er gebeurt. Ik heb wel gelezen dat het in Italië uitgebracht wordt.
Morgen komt het boek Zero Hour, dat uitkomt in november, terug van de editor en dan ga ik daar weer mee aan de slag want dat moet in elk geval de 21e september klaar zijn.

GML: Wil je nog iets kwijt over ‘De Afghanistan Missie’, is er nog iets dat ik niet gevraagd heb?

Andy: Uhmm.. nee, nou.. interessant genoeg wilde een van de interviewers het brengen als een soort anti-Afghanistan boodschap. Dat is het helemaal niet. Het gaat gewoon over een stel mannen die eigenlijk geen moer geven om de politiek. Zij gaan gewoon door met wat ze doen. Er zit geen grote morele boodschap in het boek.

GML: Je ‘voelt’ gewoon wat zij meemaken daar en vooral ook de familie thuis, dat is denk ik iets nieuws

Andy: Ja, dat was de bedoeling. Dat is een helft van het verhaal dat we eigenlijk nooit horen. Het is mooi om eens het complete verhaal te horen.  Het mooie voor de soldaten is dat ze tegenwoordig heel gemakkelijk contact maken met het thuisfront. En dat is op zich heel fijn, maar ze willen als ze uitgezonden zijn eigenlijk niks horen over de gas rekening bijvoorbeeld. Dat is een heel dubbel gevoel.
Het volgende boek gaat daar dieper op in. Hoe gemakkelijk het tegenwoordig is om contact met het thuisfront te houden, maar kunt niks bijdragen aan wat er thuis gebeurt. Je kunt niet even de verwarming gaan repareren. Dus soms ben je misschien beter af zonder alles te weten..

‘De Afghanistan Missie’  wordt uitgegeven door AW Bruna
Uitvoering: Paperback
ISBN: 9789022997598
Prijs: 19,95